Burcht ter Kleef v.m. huis te Schoten

 

Kleverlaan 9 Haarlem.

Bouwjaar is niet bekend. De geschiedenis van de bewoners gaat terug tot de 13e eeuw. De oudste eigenaar die bekend is was Pieter van Rolland in 1290. In 1325 werd het Huis te Schoten genoemd. In 1334 kwam het kasteel in handen van Willem den Cuser, een bastaardbroer van Graaf Willem III van Holland (Willem de Goede). In 1354 vererfde het kasteel op Willems zoon, Coenraad den Cuser. In 1394 werd Coenraad door de graaf gedwongen om zijn bezittingen voor een schijnbedrag te verkopen aan Margaretha van Cleve (de aanstaande vrouw van de graaf), die zo ook het kasteel in handen kreeg. Toen Margaretha van Cleve in 1411 overleed, kwam het kasteel aan haar zus Catharina van Cleve. Nadien werd het kasteel in het spraakgebruik het huis van de jonkvrouw van Cleve genoemd. In 1434 verkocht Catharina het kasteel aan de familie Van Borsselen. Rond deze tijd werd het kasteel verder uitgebreid met een weermuur en een zware vierkante hoektoren, waar later een achtkantige traptoren tegenaan werd gebouwd. Na 1492 kwam het kasteel aan de familie Van Brederode. In 1556 vererfde het kasteel op Hendrik van Brederode, waarna de Heer Wolfaert van Brederode de laatste was. In de 80 jarige oorlog was dit huis, tijdens het beleg van Haarlem 11 december 1572-13 juli 1573, het hoofdkwartier van de Spaanse Don Frederik van ToledoX (zoon van de Hertog van Alva). Na de brand in het Leprozenhuis kwam zijn broer Don Ferdinand van Toledo ook naar Huis ter Kleef toe. Na de val van Haarlem is het “Huis ter Kleef” opgeblazen, de ruďne is met een laag zand bedekt maar wel gedeeltelijk te zien.

 

 

Bron: J.J. Temminck Huis ter Kleef Het enige kasteel van Haarlem